Hoe begon het ook alweer?
‘Ik was hoofdredacteur van Viva, en ontdekte dat vrouwen na hun dertigste in een gat vallen op de bladenmarkt. Afgezien van de maandbladen, wat een andere sector is, waren vrouwen aangewezen op Margriet, Libelle en de opiniebladen. Aanvankelijk wilde ik een weekblad maken, maar we merkten al snel dat de ‘ongeveertiger’ het daar veel te druk voor heeft. Een tweewekelijks blad dus, over de leuke en serieuze zaken van het leven. Toen we het bedacht hadden, werd net de Linda gelanceed. Een totaal ander blad dat ik zelf niet zou kunnen maken, maar ik baalde wel. We hebben daardoor vertraging opgelopen: de uitgever, Sanoma, wilde de ontwikkelingen even afwachten. Inmiddels hebben we ons bewezen: de oplage is zo’n 70 duizend.’
Waar komt die titel vandaan?
‘Esta betekent ‘zijn’ in het Spaans. Het was moeilijk, elke goede naam bleek al te bestaan. Het moest iets worden dat klonk als logische opvolger van Viva. Ik vond ‘Esta’ aanvankelijk te hard. Zelf had ik een andere titel in gedachten, die ga ik niet noemen, omdat ik er inmiddels ook anders over ben gaan denken.’
Wie is de Esta-vrouw?
‘Die heb ik door Viva goed leren kennen: ze houdt niet van navelstaren, kijkt met een open mind naar maatschappelijke ontwikkelingen, wil er leuk uitzien en is actief in het publieke leven. Ze wil op een leuke manier verantwoord leven. Of op een verantwoorde manier leuk leven. ‘Serieus leuk’ is onze ondertitel dan ook.’
En ze is zo dronken als een tor, blijkt uit jullie jubileumonderzoek.
‘In het weekend reageert de hoog opgeleide vrouw de drukte en de stress in haar leven graag af met drank, ja. Dat hoort ook bij de vrouwenemancipatie, al zou ik dat niet direct vooruitgang willen noemen. Vroeger dronken vrouwen alleen op verjaardagen, nu veel meer en vaker.’
Ben je zelf een Esta-vrouw?
‘We maken een blad voor ‘ongeveertigers’. Ik ben nu 54, maar leeftijd is ondergeschikt aan mentaliteit. Het klinkt misschien onbescheiden, maar ik was de troepen altijd al vooruit: ik werkte al fulltime toen dat nog niet gewoon was onder vrouwen. Esta zit helemaal in mij, komt ook uit mijzelf voort. En ik omring me met ongeveertigers.’
Ben jij als ‘ongevijftiger’ niet meer een Opzij-vrouw?
‘Esta is natuurlijk schatplichtig aan het gedachtengoed van Opzij. Maar wij zijn in een andere tijd ontstaan. Esta heeft geen missie. Het zal mij werkelijk worst wezen of mijn lezeressen carrière maken of niet. Dat is toch het hoofdthema van Opzij.
Ik vond dat er wel erg weinig gelachen werd in de Opzij. Inmiddels zie ik het blad zoeken naar een nieuwe identiteit. Dat lijkt me moeilijk, met al die verschillende doelgroepen: jonge allochtone vrouwen, maar ook oudere feministen van het eerste uur. Toen ze een nieuwe hoofdredacteur zochten, werd ik gepolst. Ik ben gaan praten, maar we dachten anders over het blad. Ik heb hier wel eens geroepen dat de bladen zouden moeten fuseren. Maar we hebben beide bestaansrecht, dus waarom zou je?’
Zijn er niet veel te veel damesbladen? De kiosk barst van de glossy’s.
‘Zei je nou ‘damesbladen’? Dat vind ik echt vreselijk; alles met ‘dames’ erin, of het nu om voetbal gaat of tijdschriften. Maar ik word niet blij in de kiosk, nee. Er zijn veel te veel tijdschriften. Er worden nog steeds nieuwe gelanceerd, meestal door kleine uitgeverijen op zolderkamertjes. De meeste verdwijnen weer met de stille trom. Het is hoog tijd voor wat selectie, zodat de aandacht uitgaat naar goede, bestaande titels.’
Wat is jullie succesnummer?
‘Onze rubriek Zij van... Dat is de Anybody van de Esta, een rubriek waarin vrouwen van bekende mannen vertellen over hoe het is als ‘de vrouw van’. Ik was de enige die het zag zitten. Collega’s vreesden dat het de vrouw als verlengstuk zou tonen. Maar de verhalen gaan heel erg over zichzelf en relaties. Je laat ermee zien dat die vrouwen een heel leuk en zelfstandig leven hebben. Binnenkort hebben we de honderdste aflevering. Die wordt bijzonder. Bianca Balkenende zegt helaas steeds ‘nee’, maar we vinden nog wel iemand.’
Nog wensen voor de toekomst?
‘Qua bladen leef ik in de hemel. Dit is echt het leukste blad dat ik kan bedenken. Maar leidinggevend zijn, dat is niet iets dat je twintig jaar volhoudt, zeker niet in deze tijd van smalle budgetten en hoge eisen. Ik heb altijd graag geschreven, dus het zou me niets verbazen wanneer ik in dit vak eindig als schrijver. Gewoon, reportages, interviews maken, dat heb ik altijd mooi gevonden.’
Bron: Volkskrant