om zich in de stromende regen bij elke voordeur af te laten schepen. Met diezelfde nieuwsgierigheid worstel ik me door het blad. Ik ben verrast als ik zie welke professionals voor het hoofdredacteurschap tekenen. Mijn eerste indruk van dit nummer is er een van teleurstelling. Braafheid ten top. Wat betreft onderwerpkeus, de uitwerking, de fotografie en de vormgeving. Wat betreft de samenhang. Waar gaat het blad inhoudelijk nu eigenlijk over. Het riekt naar de kansel, naar het gesprek bij de pastoor kort voordat je door hem in de echt verbonden werd. Het blad is heel erg vorige eeuw zouden mijn kinderen zeggen. Het lef om je blad Maria te noemen, te speculeren over een nieuwe verschijning, wordt inhoudelijk op geen enkele manier waar gemaakt. Deze uitgave blijft volstrekt overbodig. Tenzij het gemaakt is voor de zestigplusser van roomse of christelijke huize, niet voorgelicht en te bescheiden om enig vulgair woord over de lippen te krijgen, laat staan wel eens een alledaags tijdschrift heeft doorgebladerd of zelfs maar gedacht heeft aan het bezoeken van een pornosite. Misschien dat het een uitgave is voor die twee schattige meisjes die aan voordeuren over de liefde van Jezus preken. Daarmee kunnen ze voor de dag komen, al hoop ik voor die meisjes dat ze op hun slaapkamertjes na het uitdoen van het licht met andere dingen bezig zijn. Maria’s verschijning is voorspelbaar geworden. Daarmee is de lol eraf. Voordat je als hoofdredacteuren aan het overleven slaat, zou ik iets creatievers gaan doen. Want wonderen bestaan niet.